In ons werk komen wij regelmatig mensen tegen, die geen partneralimentatie willen betalen omdat zij vinden, dat hun aanstaande ex maar voor zichzelf moet zorgen. Soms weigeren mensen zelfs om aan een echtscheiding mee te werken omdat zij misschien partneralimentatie zouden moeten betalen.

Hoe kan het toch, dat deze op de wet gebaseerde zorgplicht zoveel ophef oproept? Als je met elkaar trouwt beloof je immers voor elkaar te zorgen, totdat de dood je scheidt. Dit klinkt heel mooi als je aan een huwelijk begint maar waarom zou je nog voor elkaar zorgen, als je uit elkaar gaat? In de Nederlandse wetgeving hebben we bepaald, dat we juist op basis van deze belofte het huwelijk netjes willen afhechten.

Deze zorgplicht komt voort uit de lotsverbondenheid, die twee partners hebben als zij met elkaar trouwen. Ook na het huwelijk hebben beide partners op basis van de wet daarom nog steeds recht op deze verzorging. Het is daarom goed om eens te kijken naar deze partneralimentatie en hoe deze wordt bepaald.

Als we het hebben over partneralimentatie dan praten we over een alimentatieplichtige ( dat is degene, die de partneralimentatie moet betalen) en een alimentatiegerechtigde ( dat is degene, die de partneralimentatie ontvangt).

Bij het bepalen van de hoogte van de partneralimentatie staan vervolgens twee begrippen centraal: de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige.

Alimentatieberekeningen zijn vrij complexe lange berekeningen waarin allerlei inkomensbestanddelen en kosten worden verwerkt. Deze berekeningen maken wij met professionele software waarmee de hoogte van de alimentatie vrij nauwkeurig berekend kan worden op basis van rechtbankrichtlijnen, die op hun beurt worden bepaald aan de hand van onder andere de NIBUD-normen.

Wat gebeurt er? Er wordt eerst gekeken naar de behoefte van de alimentatiegerechtigde. Wat zou de alimentatiegerechtigde in de ideale situatie aan alimentatie moeten ontvangen om in zijn levensonderhoud te voorzien rekening houdend met de levensstijl tijdens het huwelijk? Omdat deze levensstijl bijna altijd luxer is dan die na de scheiding –  er komen immers allerlei dubbele kosten in beeld – moet je ook kijken of de alimentatieplichtige deze levensstijl voor zijn aanstaande ex-partner wel kan bekostigen. Wij maken daarom niet alleen een berekening van de behoefte van de alimentatiegerechtigde maar ook een draagkrachtberekening van de alimentatieplichtige. Wat kan hij in feite betalen?

In een vereenvoudigd model zou dit er als volgt uit kunnen zien:

Stap 1 – de behoefte van de alimentatieontvanger wordt vastgesteld

Om de behoefte van de alimentatieontvanger vast te stellen geldt een norm van ca. 60% van het netto gezinsinkomen minus de kosten van eventuele kinderen. Dit betekent, dat de verzorging van de kinderen altijd gaat voor de verzorging van elkaar. Voor de kosten van kinderen wordt meestal gekeken naar een tabel die speciaal hiervoor door het Nibud ontwikkeld is.

In ons voorbeeld zijn er Anneke en Albert met twee twee kinderen, die gaan scheiden. Anneke verdient €900,– netto per maand, Albert verdient €1.600,– euro netto per maand. Op basis van de leeftijd van de kinderen en de NIBUD tabel worden de kosten voor de kinderen vastgesteld op 400 euro.

De behoefte van Anneke is nu gelijk aan 60% van (1.600 + 900 – 400) = €1.260,–. Aangezien zij zelf een inkomen heeft van €900,–, is haar uiteindelijke behoefte nog €360 netto per maand.

Stap 2 – de draagkrachtruimte van de alimentatiebetaler wordt vastgesteld

Om de draagkracht van de alimentatiebetaler vast te stellen brengen wij op zijn netto inkomen eerst een aantal kosten (zogenaamde lasten) in mindering. Het gaat hierbij met name om kosten die de alimentatiebetaler moet maken om zelf rond te kunnen komen.
Bekende kosten (lasten) zijn bijvoorbeeld: de bijstandsnorm voor een alleenstaande (het minimale bedrag dat iemand nodig heeft om rond te kunnen komen), redelijke woonlasten en de premie voor de zorgverzekering. De optelsom van al deze kosten noemt men ook wel het draagkrachtloos inkomen. Dit is dus in feite het bedrag dat de alimentatiebetaler voor zichzelf nodig heeft en waaruit hij geen alimentatie kan en hoeft betalen. Pas als er van het netto inkomen na aftrek van al deze kosten nog een positief saldo overblijft, is er recht op partneralimentatie. Het positieve saldo noemt men in vaktaal ook wel de draagkrachtruimte.

Stap 3 – de draagkracht en alimentatie wordt vastgesteld

Van de draagkrachtruimte wordt een bepaald percentage genomen, meestal 60%, dat beschikbaar is als alimentatie voor de ex-echtgenoot.

Omdat het netto maandinkomen van Albert €1.600 bedraagt en zijn draagkrachtloos inkomen €1.200 euro is heeft hij nog een draagkracht van €400,– voor alimentatie. Omdat ook voor hem geldt, dat 60% hiervan aan hem toekomt, blijft er nog €240, over als alimentatie voor zijn ex-echtgenote Anneke.

Anneke heeft weliswaar een behoefte van €360, –per maand bedraagt maar zij kan niet maar dan €240, — krijgen omdat Albert niet meer kan dragen.

De moraal van dit verhaal

Als je het voorbeeld bestudeert, dat wordt er gelijkelijk gekeken naar de situatie van beide partners en is een berekening op deze manier eigenlijk altijd eerlijk. Uiteraard mogen aanstaande ex-partners altijd afwijkende afspraken maken. Wij zien echter, dat dit bijna altijd leidt tot een dermate onevenwichtigheid, dat dit in een later stadium tot problemen kan leiden.

Concluderend wijzen wij aanstaande ex-partners er op altijd op, dat het verstandig is om alle afspraken en de gevolgen goed te bespreken en door een derde vast te laten leggen.

Recommended Posts